
Een rijk versierd altaar
Voor de decoratie van kerken en ceremoniële voorwerpen is zowel de gestileerde vorm van bloemen en planten als de natuurlijke vorm geliefd. In de zeventiende en achttiende eeuw kunnen katholieken hun geloof alleen belijden in schuilkerken. Omdat ze hun vroomheid niet kunnen uiten in een fraai en zichtbaar kerkgebouw met beelden, schilderingen en glasramen, besteden ze extra veel aandacht aan het altaar. Vooral voorwerpen van zilver en goud zijn geliefd om het altaar mee te verfraaien.
Altaarsieraden
De zilveren en rijk gedecoreerde sieraden zijn zo vervaardigd dat ze het tabernakel als het ware omsluiten. De acanthusranken, die naar elkaar zijn toegewend, ontspringen uit de ‘hoorn van overvloed’. Die is rijk gevuld met vruchten. Op de ranken zitten papegaaien met daarboven zonnebloemen. De putti (engeltjes) balanceren op een voet. De rechter houdt een tros druiven en een korenaar vast. De linker heeft alleen een korenaar omdat de tros druiven verloren is gegaan. De korenaar en de druiven symboliseren de hostie en de wijn, die in de katholieke eredienst veranderen in het lichaam en bloed van Christus.
Zonnebloem
De zonnebloem draait gedurende de dag mee met de zon. Zoals de bloem de stralen van de zon volgt, zo moet de menselijke ziel Christus volgen. In zeventiende-eeuwse boeken over de symbolische betekenis van bloemen krijgt de zonnebloem een uitspraak van Jezus als motto mee: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft’ (Johannes 8:12 De Nieuwe Bijbelvertaling 2008). De zonnebloemen in deze altaarsieraden wenden zich letterlijk naar de geconsacreerde hosties (het lichaam van Christus) die hier vroeger in het tabernakel werden bewaard.
Papegaai
De papegaai kan welsprekendheid verbeelden en wordt in de Barok vaak afgebeeld op preekstoelen. In deze altaarsieraden lijkt het voor de hand te liggen dat de papegaai een symbool is ter ‘verdediging van het wonder van de maagdelijkheid van Maria’. Aan deze symboliek ligt een bijzondere redenering ten grondslag waarin niet alleen de papegaai, maar ook de pelikaan en de slak worden opgevoerd: ‘Als een papegaai van nature Ave kan zeggen, waarom zou dan een zuivere maagd na Gabriel’s Ave niet baren? Als de pelikaan met zijn bloed zijn jongen tot leven kan wekken, waarom zou de maagd met haar reine bloed Christus niet kunnen baren? Als de slak door de dauw bevrucht wordt, waarom zou dan de maagd door de dauw van de Heilige Geest niet vermogen te baren?’ En zo volgen er nog vele voorbeelden in het boek Defensorium Immaculatae Virginitatis van de veertiende-eeuwse dominicaan Francesco de Retza (c. 1343-1427).

